Amritsar weekend

Met tranen in mijn ogen vertrok ik, samen met een Canadeze vriendin, vanaf het busstation in McLeod nadat we met een speciaal daarvoor bedoelde sjaal door onze tibetaanse vrienden waren gezegend. Dat het een goed weekend zou worden stond toen al vast.

 

Donderdagavond bezochten we een dramavoorstelling ter gelegenheid van de geboortedag van Ghandi, de vader van India. 2 blanke, westerse meiden temidden van talloze Indiers zorgde van chaos, pret en publiek. De tegenstelling tussen Dharamsala en het 10 km verderop gelegen McLeod Ganj was groot. Dharamsala kent geen cafes, de mensen geen blanken.

 

Vrijdag, 4 uur in de ochtend, probeerden we zonder geluid het hotel te verlaten. Echter dat de tralies voor de deuren niet ver genoeg open konden om onze tassen erdoor heen te loodsen kon ons het lachen niet doen weerhouden. Per bus vertrokken we, half slapend naar Amritsar, een 7 uur durende rit. De tassen brachten we zelf bovenop de bus. Op een bus staan, midden in de nacht, is gewoon pret. Kan er weinig anders over vertellen. Amritsar vorderend werd het warmer en warmer. Aangekomen leken we net uit een douche te komen. Chaos op het station. Alles overrompeld je. Heerlijk!

 

Amritsar is India. Echt India. Scheurende riksja’s, donkerbruine mensen, kleurijke jurken, prachtige hoofdtooien, zwaarden, fruitstallen, paleizen en tempels. De mooiste, the Golden Temple, vormde voor 2 nachten en 3 dagen ons verblijf. Slapen in de dormitory, eten tussen een duizendtal Indiers, en een gezegend zoet prutje na het bezoek aan de golden tempel... gedragen door miljarden waterdruppels, het goud weerspiegelend.

 

Het eten, de zoete kokosrijst met rozijnen, de chapati en de dal zijn een weldaad voor de mens. Omdat samen met fijne, lieve en belangstellende mensen in een grote hal te mogen eten is zaligmakend. In de slaapzal veroveren we 2 bedbugsloze bedden (uitzondering) en al snel kennen we de hele zaal. Het is een komen en gaan van mensen all over the world. Leerzaam, interessant en plezierig. Met een deel van hen bezoeken we zaterdags 2 andere tempels in de reusachtige stad, wandelen we rond en worden gezegend met bloemenkettingen. We bezoeken feesten waar we gevraagd worden mee te dansen. De Indische vrouwen laten ons zien hoe onze vingers sierlijk door de lucht te bewegen. We schamen ons rot maar hebben dikke pret.

 

’s Middags gaan Melisa en ik, samen met een Israelier en een Japaner van onze slaapzaal naar de Wagha border, de grens tussen Pakistan en India. Een 1,5 uur durende rit waarin meereizende Indiers liefdesliederen voor ons zingen en ons proberen te betasten. De ceremonie bij de grens is een groot gebeuren waar duizenden mensen naar toe zijn gekomen. Toeters, vlugge wandelpassen, dans, opvliegende benen, gejuig en gezang zonder ademhalen tot ze er bij neer vallen vullen de 40 minuten. Het is een prachtige show. Een must voor iedereen die Amritsar bezoekt.

 

De sunrise is sfeervol hoewel de zon het laat afweten. De mystieke sfeer van laaghangende mist boven het water, de lichte wolken, de kleuren van goud, de laagvliegende vogels en de wachtende kleurrijke mensen op weg naar de tempel zorgen voor een ontspannen en gelukkig gevoel. Ik laad op als een batterij, mijn opslagruimte veel te klein. In de Lonely lees ik over de Sikh, de religie al waar deze tempel aan gewijd is. Een religie vormend vanuit de islam en de hindoe. Mannen typeren zich door 5 dingen; het zwaard, de kam, de baard, de ‘tulband’ en de korte onderbroek waar ze vroeger beter mee konden vechten. Het zijn schitterende mannen.

 

Hoewel hier duizenden mensen rondlopen is het percentage reizigers/westerlingen laag. Veel lokalen komen hier waardoor we meer dan ooit de bijzonderheid van blank (en al wat daar bij hoort) weerspiegelen. Foto’s, handschudden, waar we vandaan komen en hoe we heten zijn dan ook handelingen en vragen die van hoge frequentie zijn. Het geluk dat de mensen hier uitstralen is aanstekelijk. Handschudden is fijn en ik ontdek dat ik aan mijn Hindi moet werken. Mensen vinden het zo fijn als ik in hun taal tegen ze spreek.

 

Door een local worden we uitgenodigd de chapatimachine (een chapati is een brood/pannenkoek bij het eten) te komen bewonderen. Dit fabriekswonder produceert een kleine miljoen chapati’s op een dag. Begrijpelijk dat dat niet met de hand wordt gedaan. Naast de eetzaal werken hele families aan het eten. Ui- en knoflookpellers, afwassers en mensen die de borden aannemen. Een organisatie op z’n Indies, het werkt perfect!

 

Hoewel ik na dit prachtige, veel te korte, weekend, mijn vriendin Melissa achter moet laten kom ik terug met 5 nieuwe mensen waarvan ik er 3 in mijn ‘guesthouse’ onderbreng. De eigenaar is gelukkig. Ik ook. Met Melissa heb ik mailcontact, met de anderen zit ik nu ’s middags op het balkon van het uitzicht te genieten.

 

 

 

Reacties 4

Mariel 09-10-2008 18:04

Nynke,

Wat mooi geschreven en wat een schitterende foto's. Net of ze uit een reisgids komen!!! Blijf genieten daar.

Liefs Mariel

Sandra 09-10-2008 18:41

Hé Nynke,
Wat een belevenissen allemaal. Dit zijn unieke indrukken die je nooit zult vergeten!
Groetjes, Sandra de Graaf

Nelleke 10-10-2008 09:08

Hee Nyn! Het klinkt alsof je een onvergetelijk weekend achter de rug hebt! Ik hoop dat je nog héél vaak mag genieten van dat soort momenten!! Dat pakt niemand je meer af! Een heel goed weekend en tot gauw maar weer!
Nelleke

Esther 10-10-2008 12:52

Terwijl ik mijn broodje eet op school,ben ik weer even bij je in India geweest.....heerlijk (dat broodje )

Reageren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer